Daniel Willems was een broze
Daniel Willems weet het niet. Echt niet. Drie jaar geleden heeft hij die racefiets gekocht bij een klant van hem, maar wat voor merk het nou is? Vorig jaar heeft hij er wel een paar ritjes op gemaakt, maar de merknaam schiet hem nu even niet te binnen. Dus gaat Daniel Willems de kamer uit om die fiets te halen. Even later komt hij lachend terug. ,,Voilá, een Diamant.’’
Jazeker, Daniel Willems, prof van 1978 tot en met 1985, winnaar van vier Touretappes en van klassiekers, hoop van een wielernatie, rivaal van Fons de Wolf, die Daniel Willems heeft ruim afstand genomen van het wielrennen. Zo lijkt het. Want wat gebeurt er als diezelfde middag, een half uurtje later, Parijs-Nice op televisie komt? Dan gaat die televisie aan. Zijn vrouw Leen – ‘nog altijd mijn eerste ‘- en zijn dochters Carolien en Stefanie – ‘naar de prinsessen van Monaco’ – weten wat ze moeten doen als pa voor de tv zit. ,,Dan moet het stil zijn. Hij moet zich concentreren, hij wil het echt volgen´´, zegt Leen.
Willems en het wielrennen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, en toch ook weer niet. Ze mogen hem gerust bellen om te vragen of hij meedoet aan zo´n wedstrijdje voor oud-beroepsrenners. ,,Ik kom toch niet.’’ De contacten met renners van weleer zijn zo goed als verbroken. ,,Alleen van ploegmaats hoor je nog wel eens iets. Ludo Delcroix belde een tijd geleden om te vragen of ik mee wilde naar de Ronde van Burkina Faso. Maar ik kruip in geen vlieger niet meer.´´
Willems’ herinneringen aan vroeger lijken het ene moment versleten - ´ik weet zelf niet hoeveel koersen ik heb gewonnen, 110 of zo?´ - en zijn de andere keer weer helder als kristal. ,,Ik kan het me allemaal zo voor de geest halen.´´
De rivaliteit met Fons de Wolf ligt nog voor in het geheugen. Over één ding zijn de twee mannen het tegenwoordig eens. ,,Wij hebben elkaar koersen doen verliezen.´´ Dat ging al zo vanaf de jeugdcategorieën. Willems en De Wolf staken er bovenuit en werden veel te snel benoemd tot nieuwe Merckxen. ,,De grootste fout die wij hebben gemaakt is dat we het zelf hebben geloofd. Wij probeerden ook overal waar we reden te winnen. Ik was een keer Belgisch zegekoning met 21 overwinningen op een jaar’’, voert Willems aan.
Het waren andere tijden toen. De kopman moest altijd winnen. Won er iemand anders uit de ploeg dan was het niet goed. Dus probeerden De Wolf en Willems altijd en overal elkaar af te troeven. ,,Museeuw en Van Petegem verstaan elkaar beter dan wij vroeger. Ik mocht niet winnen van De Wolf, dus hij van mij ook niet. In het Belgisch kampioenschap in Putte bij Mechelen was ik de beste van de kopgroep, maar De Wolf liet zijn ploegmaats achter mij rijden. In de Tour die daarop volgde heb ik mijn ploeg een keer achter hem laten rijden, waardoor hij een rit verloor.’’
Willems stelt het vast zonder spijt of wrok. Hij heeft zijn gezin, zijn verzekeringskantoor en zijn verleden. Dat verleden helpt wel eens in het werk. Het ijs is snel gebroken als de oud-coureur bij de mensen thuis komt om bij voorbeeld een levensverzekering aan te bevelen. Ze kunnen dan praten over de koers. Over de Tour, over de vier etappes die Willems daar won. Een van die vier heeft hij extra goed onthouden; de voorlaatste rit in 1982, van Sens naar Aulnay sous Bois, over 161 kilometer. Willems klopte er Sean Kelly in de sprint van de kopgroep en rukte die dag op naar de zevende plaats in het eindklassement, die hij behield. ,,Ik stond nog tiende in de rit daarvoor, maar onderweg pakte ik ook alle bonificaties, dat weet ik nog. Het is niet slecht hé, zevende in de Tour?’’
Het is niet slecht, maar ergens knaagt het gevoel dat er meer in had gezeten. Fysiek was Willems sterk genoeg, mentaal lag dat anders. ,,Ik was mentaal nogal een broze. Dat kan niet in de topsport. Ik kon ook niet goed van huis. Dat wreekt zich op de fiets.’’
Een beroepswielrenner die niet van huis kan, heeft inderdaad een probleem, zeker als hij ook de Tour moet rijden. ,,De Tour op zich is het ergste nog niet, maar men vergeet de weken ervoor. Je rijdt de Midi Libre, de Ronde van Zwitserland, het nationaal kampioenschap. In feite ben je al drie weken onderweg voordat de Tour nog moet beginnen. Ik wilde dan wel weer eens naar huis.’’
Dat gevoel had Willems ook nogal sterk in het jaar dat hij voor het Italiaanse Murella reed, in 1984. ,,Ik ben toen op 3 januari van huis vertrokken naar Italië, en ik kwam pas zes maanden later weer thuis. Onze tweede dochter was net geboren. Toen ik haar weer zag kon ze ineens lopen. Daarna ben ik dat jaar nog vier maanden aan een stuk weg geweest. Na Parijs-Brussel zouden we terugvliegen naar Italië, maar ik ben in de auto gestapt en naar huis gereden. ’s Nachts om vier uur stond ik zonder dat mijn vrouw het wist weer voor de deur.’’
Het was geen al te plezierig seizoen voor Willems. Ook al niet omdat hij naar Italië was uitgeweken om zo van de druk van het kopmanschap af te komen. Eric Vanderaerden zou die taak op zich in nemen bij Murella, maar Vanderaerden tekende uiteindelijk niet bij die ploeg. ,,Dus ik kon nog alleen naar Italië ook, met alle talen die ik niet ken.’’
Dan zat Willems in zijn eerste ploeg, van IJsboerke, meer op zijn gemak. ,,Vooral omdat ik daar in de schaduw van Thurau kon rijden. Iemand waar ik in de koers veel aan had was Walter Godefroot. Wat ik me van hem vooral herinner is het wereldkampioenschap van 1979, in Valkenburg. Jan Raas werd daar naar boven geduwd. Ik moest dat ook doen van Walter, maar ik durfde het niet te vragen aan al die oudere mannen. Jos Jacobs en Guido van Sweevelt hebben me die dag geholpen. In de finale zat ik in de kopgroep, maar ik ben samen met Knud Knudsen gevallen.’’
Willems beëindigde zijn loopbaan in de ploeg van Safir, na daarvoor ook al gereden te hebben voor Capri Sonne en Boule d’Or. Het stoppen viel hem niet zwaar. ,,Ik was het beu.’’ Van een zwart gat heeft hij last gehad. ,,Dat gebeurt bij mensen die stoppen en niet weten wat ze moeten gaan doen. Ik ben van de ene dag op de andere 24 uur op 24 met verzekeringen aan de slag gegaan.’’
Later heeft Willems nog eens twee jaar gefungeerd als ploegleider bij wielervereniging De Nieuwe Hoop. ,,Maar ik had daar weinig voldoening van. Ik had de indruk dat als je die jongens iets zei, dat ze het dan toch anders deden. Ze waren eigenwijs.’’
En zo dreef Willems steeds verder af van het wielrennen. En ook weer niet. In zijn woning in Vorselaar, niet ver van huize Bart Wellens, staat een ruime vitrinekast met bekers, medailles en andere stoffelijke resten van een koerscarrière. De televisie staat er vlakbij. De uitzending van Parijs-Nice is begonnen.