Iedereen mag Willy Vekemans graag
Hij wijst het zelf aan. In een groot plakboek zit een verhaaltje van lang geleden over het aanstaande huwelijk van Willy Vekemans ,, oud-beroepsrenner uit Putte bij Mechelen . De coureur zal in het huwelijk treden met mejuffer Maria Vermeulen. In het stukje staat een omschrijving van het karakter van de renner: ,, Hij heeft een hart van suikerzoet koekebrood .''
Suikerzoet koekebrood , dat betekent: geen keiharde . Het hart van een wielrenner kan beter van meerdere stevige granen zijn, schrijven ze ook nog, bij het huwelijk van Vekemans . De renner in kwestie vindt het allemaal niet zo erg. Hij glimlacht en bladert verder, langs krantenkoppen als ‘ Vekemans de twijfelaar' en ‘ Vekemans , de innemende Kempenaar.'
Willy Vekemans is nu zestig en was vijf jaar beroepsrenner, van 1967 tot en met de Omloop 't Volk 1972. Hij had in '72 een contract bij het Duitse Rokado , werd nog twaalfde in die Omloop 't Volk, maar zag het niet meer zitten. ,, Ik heb die dag zo moeten afzien… Ik kwam thuis en zei: ‘ik koers niet meer'.''
Zo raakte de cirkel mooi rond, want in de Omloop 't Volk was de loopbaan van Vekemans ook begonnen, in '67. Het was zijn allereerste profkoers, en Vekemans won! Jan Janssen reed die dag zes minuten vooruit met een groep waar ook Noël Foré zaliger in zat. Vekemans overbrugde de kloof met enkele anderen. Op de Muur van Geraardsbergen trok hij er tussenuit met Jos Spruyt , er ontstond een groep van een man of twaalf, en Vekemans won uiteindelijk de spurt. Spruyt twee, Ward Sels drie. Zelden beginnen profs met zo'n klinkende zege, een binnenkomer van jewelste, maar Vekemans plaatst er meteen een relativerende opmerking bij. ,, Ze hebben me daarna nog wel geleerd echt met de velo te rijden, dat jaar.''
Vekemans kreeg de stiel onder knie, zijn erelijst bewijst het. Veertien overwinningen, met daarbij Gent-Wevelgem in 1969, twee keer de vierde etappe in de Ronde van België, een rit in de Tirreno-Adriatico , de Ronde van Limburg, Hoeilaart-Diest-Hoeilaart en derde in Parijs-Roubaix . In zijn beste jaar, 1969, volgden de goede uitslagen elkaar in rap tempo op. ,, Woensdag won ik de laatste rit van de Ronde van België, zondag werd ik derde in Parijs-Roubaix , woensdag won ik Gent-Wevelgem en zaterdag werd ik vijfde in de Amstel Gold Race. Dat wás iets. In Parijs-Roubaix reed ik vooruit met Merckx , Gimondi , Godefroot en Roger DeVlaeminck . Ik had moeten gaan lopen toen. Ik was er sterk genoeg voor, maar ik aarzelde omdat ik me te klein voelde.''
Dat gevoel was er even niet in de finale van Gent-Wevelgem , toen Vekemans vertrok uit een kopgroep met Eric en Roger DeVlaeminck en Eric Leman , alle drie van het machtige Flandria-blok . ,, Voordat ze de achtervolging georganiseerd hadden, was ik voorgoed vertrokken.''
Om maar te zeggen dat Vekemans niet altijd twijfelde, of te zacht was voor het hardste beroep ter wereld. Zo won hij zijn tweede rit in de Ronde van België op pure woede. ,, Ik had ruzie met Herman van Springel . Een dag ervoor had ik een kopgroep teruggehaald waar hij in zat omdat mijn vroegere ploegmaat Eric DeVlaeminck me dat vroeg. DeVlaeminck had me iets beloofd in ruil daarvoor, natuurlijk. Maar Van Springel was boos en mijn ploegleider Florent Van Vaerenbergh ook. Van Springel was virtueel leider toen ik begon te jagen, en zei daarna tegen mij dat ik niks meer ging winnen. Dus heb ik die dag wél gewonnen, op kolere .''
Ploegleider Florent van Vaerenbergh is de man die de hele carrière van Vekemans van dichtbij heeft meegemaakt. Vekemans bleef hem altijd trouw. Hij reed in ploegen van 25, 30 veelal Belgische renners. Die ploegen heetten dan Goldor-Gerka , Goldor-Hertekamp-Gerka of Hertekamp-Magniflex . De coureurs kregen een klein contract en moesten hun huishoudens draaiende houden met het prijzengeld. ,, Ik had tweeduizend Belgische frank (111 gulden) per maand, en Van Vaerenbergh kreeg achtduizend. In het eerste jaar had hij wel een probleem met mij, want in mijn contract stond dat het maandgeld verdubbeld zou worden bij het winnen van een klassieker. Dus na de Omloop 't Volk kwam hij meteen 24.000 frank (1330 gulden) tekort.''
Daar staat dan weer tegenover dat Vekemans er met zijn uitslagen voor zorgde dat Van Vaerenbergh een groter budget kreeg en uiteindelijk full time sportbestuurder kon worden. ,, Ik was de enige uit de ploeg die won.'' De overwinningen leverden Vekemans wel aanbiedingen op van andere ploegen – Mercier met Poulidor en Flandria onder ploegleider Briek Schotte – maar Willy bleef in de buurt van Florent .
Er reden in die dagen zo'n driehonderd Belgische beroepsrenners rond, die allemaal hun kostje bij elkaar scharrelden als kleine zelfstandige. Ze moesten zelf hun belastingpremies afdragen. Pas in 1970 werden ze werknemer in dienst van een sponsor. Het prijzengeld was cruciaal. Gelukkig voor de coureurs waren er eind jaren zestig veel meer koersen dan vandaag de dag. En gelukkig voor Willy Vekemans bracht zijn vrouw met haar baan als onderwijzeres wat zekerheid in huis.
De trainingsmethoden van toen, waren niet die van nu. Renners reden tot oktober, en dan was het seizoen voorbij. Ze stapten pas weer op in januari, te beginnen met ritjes van een kilometer of veertig. ,, Verder kónden we dan niet.'' Honderd kilometer trainen was in die fase van het seizoen een hele toer. Frans Verbeeck was volgens Vekemans de eerste renner die begon met de hele winter doorfietsen. Daarvóór was eigenlijk niemand op dat idee gekomen. In 1972 begon Vekemans goed gerodeerd aan de Omloop 't Volk. Toch koos hij meteen na het inleveren van zijn rugnummer abrupt voor meer zekerheid. Hij had een diploma gehaald waarmee hij aan de slag kon als wegencontroleur bij het ministerie van Openbare Werken. Dat was aanlokkelijk, ook al omdat het seizoen 1971 tamelijk rampzalig was verlopen. ,, De miserie begon in de Ronde van België. Ik heb daar kou op de nieren opgelopen, ik kon een tijd niet meer plassen en wilde te rap terugkomen.''
Dus toen Vekemans na het moeilijke jaar 1971, in 1972 per 1 april in dienst kon treden van de overheid, dacht hij niet langer na. Nu heeft hij daar spijt van. ,, Ik had langer prof moeten blijven.'' Het spijt hem ook dat hij nooit bij Eddy Merckx in de ploeg heeft gereden, al wordt dat gemis tegenwoordig gecompenseerd. Met Merckx en andere renners uit de buurt – Roger Rosiers , Vic van Schil, Jos de Schoenmaecker en Jos Huysmans , rijdt Vekemans regelmatig een stukje op. ,, We vertrekken altijd bij Eddy thuis, maar er is eigenlijk niet met hem te rijden. Bij het minste bergske is hij weg. Wij kunnen hem doodgewoon niet volgen.''
Vekemans vertelt het met een twinkeling in zijn ogen, net als bij dat verhaal over de cyclosportieve Eddy Merckx , vanuit Hammoir . In nota bene zijn eigen rit, hadden ze Merckx vorig jaar gelost, en niet op hem gewacht. Merckx had daarop gereageerd met een belofte. ,, Wacht maar mannekes , de volgende keer Hammoir , daar gaan jullie niet goed van zijn. Hij heeft ons die dag een gat in ons lijf gereden.''
Het verwondert niet dat de aimabele Vekemans goed ligt in het groepje rond de grote meester Merckx . Bij de 65 ste verjaardag van een andere coryfee, Jan Janssen, was hij ook al een van de genodigden. Iedereen mag d'n Willy graag. In koers had hij misschien wel wat meer vijanden mogen maken. ,, Ik had misschien agressiever moeten zijn.''
En dan zegt Vekemans plots, ‘kom, we gaan even naar mijn herten kijken.' Lieve man, lieve beestjes, denk je eerst nog, maar de herten van Vekemans zijn geen bambi 's. Vier ervan zijn wapiti 's, het grootste hert ter wereld en levensgevaarlijk. Met hun gewei maken de mannetjes een mens makkelijk van kant, soms gebeurt dat ook echt, dus haalt Vekemans het gewei eraf. Daarvoor moet hij het mannetje wel eerst verdoven, met een geweer.
![]()