Patrick Tolhoek wint even tussendoor

Hij had dan wel gewonnen, maar eigenlijk was het niet zo leuk. Patrick Tolhoek (39) uit Yerseke stond op 1 juni 2004 op het hoogste schavotje na de Ronde van Axel en voelde zich niet helemaal lekker. ,,Ik was total loss.’’

Oud-beroepsrenner Tolhoek kan het niet laten. Dit jaar deed hij drie keer mee aan een amateurrondje. Waar sommige jongens dromen van een podiumplek in zo’n koers, pakt Tolhoek gewoon even de zege mee. Begrijp hem goed, het is leuk dat je nog kunt laten zien wat je kunt, maar tegelijkertijd stelt het ook allemaal niet zo veel voor. Niet voor iemand met twee carrières als beroepssporter achter de rug; eerst vier jaar als beroepswielrenner op de weg, daarna nog eens drie jaar als full time mountainbiker.

De loopbaan van Tolhoek kent een grillig traject. Hij begint als beroepwielrenner in 1988 bij Roland/Skala, het team van ploegleider Roger Swerts met renners als John van den Akker, Luc Roosen, Jesper Skibby en Ronny van Holen. De start is veelbelovend. Tolhoek was al eens verkozen tot renner van de toekomst, hij debuteert met een achtste plek in Kuurne-Brussel-Kuurne en de gang zit er wel in. Na het jaartje Roland reed hij drie jaar bij Jan Raas in de ploeg, maar er is iets, de hele tijd. Pijn in het linkerbeen, die maar niet wil ophouden. En het vervelende is, niemand kan zeggen waar die pijn vandaan komt. ,,In het milieu begonnen ze al te zeggen dat het in mijn hoofd zat. Renners lachten ermee en zeiden dat ik me aanstelde. Ik ging zelf ook twijfelen. Het ene onderzoek na het andere heb ik gedaan, maar ik kwam er niet achter wat er aan de hand was.’’

Het wordt een gebed zonder eind, en in 1992 belandt Tolhoek in de ziektewet. Einde profloopbaan. In zijn vier beroepsjaren op de weg haalt hij Parijs in de twee Tours de France waarin hij van start gaat en verwerft hij zich het imago van een frisse renner die nog eens leuk kan vertellen over zijn vak ook. Even zo goed staat hij op straat omdat het niet meer gaat.

Tolhoek belandt in de gevangenis, als werkmeester voor de gedetineerden. Hij moet zo’n twintig boeven bezig zien te houden. Over zijn wielerjaren wordt op zijn werk nauwelijks gepraat. Gedetineerden en wielrenners hebben niet zo veel gemeen, of het moet zijn dat ze allemaal graag ontsnappen.

In 1995 stapt Tolhoek voor het eerst op een mountain bike, voor het plezier, om een beetje bezig te blijven. Zijn mysterieuze blessure is nog steeds niet weg, maar het biken wil desondanks aardig vlotten. Een privé sponsor bouwt een mooie camper waarmee hij naar de wedstrijden trekt. In 1996 gaat Batavus hem sponsoren en wordt Tolhoek tweede op het Nederlands kampioenschap mountain bike , na Bart Brentjens, en twaalfde op het wereldkampioenschap. Af en toe pikt hij ook een wedstrijdje op de weg mee. Het Nederlands kampioenschap bij voorbeeld. Hij wordt er tussen de profs achtste, tevens eerste elite zonder contract. En dat been blijft maar zeuren. Tot 1997.

Bij thuiskomst van de wintersport dat jaar vindt Tolhoek een schrijven op de mat van René Zweedijk, een osteopaat uit het Zeeuwse Kapelle, één van de vele witte jassen die Tolhoek heeft leren kennen. De enveloppe bevat een artikel uit een medisch tijdschrift. Het gaat over afknelling van de slagader in de lies bij wielrenners. Door de houding op de fiets kan die ader bekneld raken, het been krijgt te weinig bloed, voilá.

Zweedijk had drie eigen woorden bij het artikel geschreven. ‘Dit is het.’ Laat Tolhoek nou al die tijd al zoiets gedacht hebben. Alleen; hij kreeg zijn eigen visie niet doorgedrukt bij de medici. Daarvoor was zijn medische kennis ook te beperkt.

Een half jaartje na de oplossing van het raadsel gaat Tolhoek onder het mes. Veel wielrenners met dezelfde klachten zullen hem volgen. Tolhoek is zo’n beetje de pionier van de geknikte slagader, zijn kwaal zal brede erkenning krijgen. En na de operatie doet het linkerbeen weer op volle kracht mee. Een tweede loopbaan kan van start. Batavus wil Tolhoek full time professioneel mountain biker maken. Zijn drie beste sportjaren kunnen beginnen.

,,Voor mijn ontwikkeling als mens was het mountainbiken het mooiste’’, vat Tolhoek samen. Van de wereld heeft hij al wat gezien in 1998, maar waar hij nú allemaal terechtkomt. Zuid-Afrika, Mexico, Canada, de Verenigde Staten, het kan niet op. Sponsor Batavus heeft alle vertrouwen in de Zeeuw, het zijn de pionierjaren van het mountainbiken, financieel zit er veel in het vat, en de verwennerij kent geen grenzen. Tolhoek erkent het grif en haalt zich moeiteloos de beelden voor ogen van dat hotel in Canada of die suite in Mexico. ,,In Canada zaten we vanuit het bubbelbad naar het WK voetballen te kijken. En in Mexico, in Mazatlan, hadden we voor de hele ploeg een suite met sauna en al. De mechanieker zat op het balkon met uitzicht op zee te sleutelen.’’ In de ploeg van Be One, zoals Batavus in het mountain biken wil heten, reden ook Bas van Dooren, Thijs Al en Corine Dorland.

Verwend dus, maar pas op. ,,Wij gingen niet de toerist uithangen. Het was wel topsport.’’ De mentaliteit van Yerseke zit er nou eenmaal in. ,,Mensen beginnen hier om vijf uur ’s morgens te werken, houden om acht uur ‘s avonds op en schromen niet om dat een paar maanden achter elkaar vol te houden.’’

In 2000 maakt Tolhoek de Olympische Spelen nog mee. Daarna stopt hij en wil hij aan het werk. Gewoon weer terug de bajes in als werkmeester, bij voorbeeld. Totdat hij in gesprek raakt met een topsport-intercedent van Randstad; een gelukje dat hij dankt aan zijn Olympische status. ‘Wat denk je van studeren?’, wordt hem gevraagd. Studeren? Dat is zijn stiel niet zo. Maar toch, hij doet een beroepskeuzetest. Sociaal pedagogisch werk, dat is wel iets voor de oud-beroepsrenner. Dat hij met mensen kan omgaan is al gebleken in de gevangenis en er rolt een plan uit de bus dat voorziet in een studie, en tegelijkertijd afbouwen en uitfietsen. Omdat de planning zo strak en professioneel in elkaar zit, lukt dat nog allemaal ook. De studie heeft een nieuwe baan opgeleverd. Vandaag de dag is Tolhoek docent op het Goese lyceum voor beroepsonderwijs; VMBO. Hij geeft het vak gezondheidszorg en welzijn en wil graag iets gezegd hebben: ,,Het is jammer dat de KNWU geen vangnet heeft voor stoppers.’’

Tussen de bedrijven door blijft Tolhoek nog een beetje bezig op en met de fiets. Hij geeft clinics mountain biken, sluit eens aan bij wat groepjes coureurs die door het Zeeuwse land rijden en stond tijdens de laatste Tour even stil op de Col de la Madeleine. ,,Als ik die renners zie afzien, zet ik toch een stapje terug. Het lijkt anders wel leedvermaak.’’

Alpe d’Huez fietst hij nog op in vijftig minuten, het plezier blijft. Maar aan de vooravond van de Ronde van Midden-Zeeland laat hij wel weten dat hij deze koers niet van dichtbij zal zien. Tolhoek en echtgenote Anja hebben twee kinderen – Stefan (13) en Antwan (10) en Antwan is op de dag van de koers net pupil van de week bij de voetbalclub. ,,Dat is iets belangrijker.’