Michel Stolker doet niet aan ziek zijn

Bij Michel Stolker op tafel, in zijn huis in Hoeven, ligt een zaklantaarntje ter grootte van een forse pen. Wat is dit !? ,,Dit is een lichtje dat groente en fruit doet harmoniseren, verlevendigen. Wat dat betreft ben ik een freak.’’ Even later draagt Stolker op verzoek glaasjes water aan. ,,Gezuiverd, levend water. Alle informatie van de giffen is eruit.’’

Ze noemden Michel Stolker vroeger altijd ‘Mies.’ Zo stond zijn naam ook geschreven op de publiciteitsfoto’s uit de jaren dat hij beroepswielrenner was, van 1956 tot en met 1966. In die tijd fietste hij 27 overwinningen bij elkaar. De foto’s toonden een jonge God. Die jonge God is ouder geworden. Hij is nu 71 jaar en barst uit in een reeks algemene statements over leven en welzijn.

,, De mens hoeft niet ziek te zijn. De medische wereld is oerdom of misdadig, dat durf ik zo te zeggen. De medische zorg is veel te duur en artsen proberen hun patiënten ook nog eens afhankelijk maken van medicijnen. Vanmorgen was ik nog bij mijn tennismaatje, een oud-marinier van 75. Die man is gewoon doodsbang voor de rijen pillen die hij moet slikken. Pillen zijn gif. Als we alle suikers en melk zouden afschaffen zouden mensen veel minder ziek zijn. Het ergste is dat ze kinderen inenten tegen van alles en nog wat. Dat is helemaal niet nodig. Ik ril ervan.’’

Op het afscheidsfeest van Jeroen Blijlevens, in  november dit jaar, was Michel Stolker óók aanwezig. Hij heeft de wielerwereld niet uit het oog verloren. De wielerwereld kijkt op zijn beurt met enige reserve naar Stolker. ‘Hij is hartstikke gek’, zeggen ze dan. Fruit harmoniseren, levend water, hou op, schei uit. Maar Michel Stolker houdt niet op. Hij houdt voet bij stuk na jarenlang zoeken, want Stolker heeft gevonden. ,,Ik moet elke dag het gevoel hebben dat ik leef. Elke dag wil ik momenten hebben dat ik denk; wow!’’

Dat ‘wow’, Stolker straalt het uit. Heldere ogen, soepele tred, de geest blijft fris met bridge. ,, Il campeone van de bridgeclub, dat ben ik’’, zegt Stolker stralend, en hij heft zijn armen ten hemel. Kampioen. Op de fiets is Stolker dat nooit geweest. ,,Ik had een minderwaardigheidscomplex, zonder meer. Dan durf je jezelf niet te tonen. In 1956 is over mij geschreven door een groot journalist – ik weet zijn naam niet meer – dat Stolker wel degelijk de klasse had. Maar het is er nooit uitgekomen.’’

Kwam Stolker aan de start, dan had hij al zowat verloren. Die anderen zijn toch beter, dacht hij dan. Winnen zei hem ook niet zo veel. ,,En ik was altijd bang van mensen, voor mannen. Vrouwen waren geen probleem. Bij vrouwen zette ik een masker op, dan was ik de charmeur. Maar mannen durfde ik bijna niet aan te kijken. Ik heb hard moeten werken om daar van af te komen. Psychologen en psychiaters zijn er aan te pas gekomen. Ik ben zeker 27 jaar in therapie geweest.’’

En toch, toch reed Stolker vroeger als de beste, op zijn racefiets. Niet voor niets lijfde Jacques Anquetil hem in, bij zijn Franse Helyett- en later Saint Raphaël-ploeg. In 1962 hielp Stolker Anquetil bij diens overwinning in de Ronde van Frankrijk. ,,In de Tour zat ik altijd ontzettend gestresst in koers. Ik heb er een hele berg afgezien. Maar in 1962 ging het goed. We wonnen geel, groen, het ploegenklassement en acht etappes. Je moet rekenen dat we vroeger gemiddeld twee uur langer op de fiets zaten dan tegenwoordig. Ik zie nu dingen in de Tour waarbij ik denk; ‘wat zijn jullie toch een kaffers, dat je niet doorrijdt’.’’

Hier spreekt de oude man die terugkijkt op tijden dat alles beter was. Vroeger. ,,Als ik vroeger volwassen was geweest, had ik had ik veel geld verdiend en een heel ander leven gehad. Maar nu ben ik alsnog stervensrijk. Niet van mijn antiekzaak. Verkopen doe ik bijna niks, maar dat is alleen maar goed, dan hou je je mooie spulletjes. Ik ben rijk met Lidy, mijn vrouw.’’

Lidy is de derde wettelijke echtgenote van Stolker. Hij had ook drie relaties die niet uitmondden in een huwelijk. ,, Lidy heeft het in het begin moeten bezuren, want ik ben nu zo ver dat ik voor mezelf opkom. Het is goed als anderen iets zeggen, maar ik ben er ook. Ik heb die overwinning op mezelf behaald, daar krijg je geen beker voor.’’

De 22 overwinningen die Stolker als beroepsrenner behaalde, waren niet de gemakkelijkste. Van zijn sprint moest hij het niet hebben, want hij had geen sprint. Vaak ging het zoals in die kop boven een vergeeld artikel in een van Stolkers plakboeken: ‘ Michel Stolker beste op de slopende Cauberg, Jef Laheij won  echter in felle eindsprint.’

Op een dag in 1962, in de Midi Libre, ging het heel anders. Stolker beschouwt die dag als de mooiste van zijn loopbaan. Dat jaar had hij de Ronde van Spanje al in de benen. Hij was er zesde geworden in het eindklassement. ,,Dat is natuurlijk wel iets. In de eerste rit van de Midi Libre kwam Seamus Elliott de Ier naast me rijden. ‘Hoe is het?’ ‘Niet goed, ik ben nog niet los gereden.’ Een tijdje later kwam ik een beetje voorop met Groussard. Er kwam een klimmetje aan. Ik reed behoudend dat bergje op. Na een tijdje keek ik achterom. Ik zag helemaal niemand meer. Die dag heb ik het hele peloton op twintig minuten gereden. Dat durf ik grote wereldklasse te noemen.’’

Stolker won in die Midi Libre het eindklassement. Hij had wel meer van die dagen. In de Ronde van Lombardije kwam hij eens op alle beklimmingen bij de eerste vijf boven, zonder het te weten. ,,Dat leverde een miljoen lire op. Dan zeg ik, als geldduivel; toch mooi meegenomen.’’

De geldduivel vertelt met smaak over een andere kant van zijn verhaal, het coachen van talent. Stolker deed het graag. ,,Ik kon fenomenaal zien of iemand echt renner zou worden of niet. Op het eind van mijn carrière heb ik bij Kas gereden, in Spanje, omdat ik niet goed genoeg meer was voor de ploeg van Anquetil. Die Spanjaarden keken tegen mij op. We hadden in de ploeg een renner, Eusebio Velez, die reed zo hard in de voorbereiding op de Ronde van Spanje, dat ik tegen hem zei: ‘jij wint de proloog.’ Zo kon je iemand zelfvertrouwen geven. Hij won inderdaad.’’

Dat Stolker zelf in diezelfde Vuelta de etappe Jaca - Pamplona won, laat hij onvermeld. Over zijn ritzege in de Giro van 1956 begint hij evenmin. Dan vertelt hij liever dat hij in die Giro Wout Wagtmans over de Stelvio duwde, al zegt hij dan geen Wout, maar ´ meneer Wagtmans´, vanwege diens klasse. Een krant schreef het al in de jaren vijftig: ‘Prestaties geven voor Stolker geen doorslag.’ Wat dat betreft is er niks veranderd. Stolker leeft nu voor het plezier. Fietsen hoort daar nog steeds bij. Veel zorgen lijkt hij niet te hebben. Ziek worden, daar doet hij niet aan. ,,Een mens hoeft niet ziek te zijn. Ik ben dan ook niet verzekerd. Ik neem straks drie dagen om dood te gaan. Tot die drie dagen blijf ik zoals ik nu ben.’’