Gert Steegmans, ‘misschien te nederig’
Wie gaat er nou in dienst rijden van een spurter die hij zelf kan kloppen? Gert Steegmans doet dat. Hij trekt dit jaar de sprints aan voor Tom Boonen en zal hem bijstaan in de Tour en de voorjaarsklassiekers. ,,Ik ben misschien te nederig.’’
Gert Steegmans (26) zit op zijn praatstoel, op het strand van Curaçao, eind 2006. Hij doet op uitnodiging van oud-prof Leo van Vliet mee aan de jaarlijkse afsluiting van het seizoen voor toppers uit het profpeloton. Het is veelzeggend dat Steegmans hier is. Zijn erelijst bij de beroepsrenners is kort, zijn faam desondanks groot.
Luisteren naar Gert Steegmans is niet moeilijk. Als hij vertelt over Parijs-Roubaix, rijdt de toehoorder zelf binnen een paar tellen in het Bos van Wallers. Zodra Steegmans begint over de Touretappe in 2006 naar Pla de Beret, weet hij de uitputting van die dag over te brengen. ,,Marc Sergeant (ploegleider) zei dat hij nog nooit zo’n zombie had gezien. Ik kon na die rit de deur van mijn hotelkamer niet vinden, maar ik stond er vóór.’’ Steegmans trekt een schele blik om zijn toestand op dat moment nog eens te onderstrepen. Het enthousiasme van de beginneling heeft hem nog niet verlaten. ,,Ik vind het ook nog altijd zalig om met de fiets te rijden.’’
De overgang van Steegmans, coming man uit Hasselt, van Davitamon-Lotto naar dat andere Belgische topteam; Quick Step-Innergetic werd in Vlaanderen wel gezien als de transfer van het jaar. Straffer nog dan dezelfde overstap door Peter van Petegem.
Bij Quick Step gaat Steegmans dit seizoen grotendeels in dienst rijden van Tom Boonen. Dezelfde Tom Boonen die hij al jarenlang kent en die hij al tientallen keren versloeg, vooral vroeger. Neem het Belgisch kampioenschap voor nieuwelingen in 1996: 1. Steegmans, 2. Boonen. Het Belgisch kampioenschap tijdrijden voor junioren in 1998: Steegmans wint, Boonen drie. De Omloop Het Volk voor Beloften in 2001: Steegmans één, Boonen twee.
Van jongs af aan rijdt Gert Steegmans in dezelfde categorieën als Tom Boonen en ook Roy Sentjens. Gedrieën leggen ze vaak de zweep over het peloton, waarbij Sentjens er meestal als beste uitspringt. Steegmans doet het ook goed. ,,Ik heb heel veel gewonnen.’’
Eenmaal bij de profs, in 2003 voor het eerst, stokt bij Sentjens en Steegmans de ontwikkeling. Steegmans: ,,In mijn eerste jaar sukkelde ik van de ene blessure naar de andere. Onvoorbereid heb ik dat jaar bijna de Giro uitgereden. Dat was een zware belasting. Het tweede jaar was ik al wat meer prof en haalde ik Milaan.. De blessures bleven. In 2006 heb ik pas mijn eerste jaar gehad dat liep zoals het was gepland.’’
De planning voor 2006 voorzag in een sterk voorseizoen en een goede Tour. Samen met zijn vaste trainingsmaat Leon van Bon koerste Steegmans op een paar goede keienklassiekers af. ,,Leon en ik liggen allebei wakker van Parijs-Roubaix. De keien bevallen mij enorm, ik ga er makkelijker over dan een ander. Twee keer heb ik nu aan Parijs-Roubaix meegedaan, twee keer kicken. Het Bos van Wallers is volledig absurd. Je bent blij dat je met de voeten vast zit aan de pedalen, anders vlieg je van de fiets af. De eerste keer Paris-Roubaix kon ik niet over de meet rijden omdat ze al met de huldiging bezig waren toen ik aan kwam. Dat vond ik verschrikkelijk. Vorig jaar heb ik vier kasseistroken gejaagd om terug te komen na een lekke band. Ik zat nog vlak achter Hincapie in de kopgroep toen hij viel. Hij liet zijn afgebroken stuur los, daardoor kwam het in zijn voorwiel. Hij had het beter vast kunnen houden.’’
Steegmans is niet te stoppen als hij eenmaal verbaal in koers is. Hij kijkt tevreden terug op zijn voorjaarsklassiekers van 2006, ondanks de matige uitslagen. Ronde van Vlaanderen; 53ste op ruim twaalf minuten. Parijs-Roubaix 61ste op ruim negen minuten. In Roubaix was er die lekke band, in Vlaanderen bleef Steegmans steken op de Koppenberg, waar hij zo driest voet aan de grond moest zetten dat hij zijn enkel verzwikte. Belangrijker dan de uitslag was voor Steegmans het gevoel dat hij eindelijk reed op zijn niveau. ,,In De Driedaagse van de Panne was ik gevallen, waardoor ik voor de Ronde van Vlaanderen in paniek ben geslagen. Toch ging het in Vlaanderen goed. Op de Kwaremont ben ik veertig, vijftig man voorbijgestoken en op de Patersberg ook weer veel. Dat gaf mij vertrouwen. Alle koersen in 2006 gaven me vertrouwen.’’
Dat gold ook uiteindelijk voor de Tour, Steegmans’ eerste, al begon het na de start in Straatsburg niet vlekkeloos. ,,Ik heb de eerste paar dagen echt afgezien door de hitte. Mijn hartslag ging af en toe fors omhoog, dat was een angstig gevoel. En ik moest de voorbereiding voor de sprint gaan doen, voor Robbie.’’
In sprints had Steegmans zich eerder in 2006 bewezen door ritten te winnen in de Ronde van de Algarve, de Vierdaagse van Duinkerken, in Picardië en in de Ronde van België. In België klopte hij Max van Heeswijk. En Tom. Boonen.
Steegmans had al wat ervaring opgedaan in het wringen en wat respect verworven bij andere sprinters voor hij naar de Tour vertrok. Het respect had ook te maken met Parijs-Nice. ,,Daar ben ik kwaad geworden op die gek van een Napolitano. Die man sprint als een zot, en ik ben mijn leven niet moe, dus ik heb hem een keer aan de kant gezet. Die kwakt mij niet meer.’’
In de Tour merkte Steegmans dat zijn actie tegen Napolitano als prettig gevolg had dat ze hem iets gemakkelijker ruimte gaven in de spurt. ,,Ze zeiden altijd dat ik niet kan wringen, maar nu zat ik er toch regelmatig goed tussen.’’
Steegmans moest McEwen naar ritoverwinningen loodsen in de Tour. Dat lukte drie keer, maar het ging ook een paar keer mis. ,,In de vijfde rit ging ik te vroeg aan door de stress. Ik moest vooral leren niet te vroeg van voren te zitten. Dat was nieuw. Robbie bleef maar tegen me zeggen: wachten, wachten, wachten.’’
Renners kwamen na een paar dagen naast Steegmans in het Tourpeloton rijden om te zeggen dat hij het goed deed. ,,Mijn grote doorbraak was gekomen. Ik kreeg allerlei aanbiedingen. Petacchi wilde me ook hebben, maar ik had al getekend.’’
Getekend bij Quick Step, van Patrick Lefevere. ,,Quick Step gaf meer vertrouwen en was meer concreet. Ik kan geen kwaad woord zeggen over Davitamon, maar als ik een vraag had over mijn nieuwe contract duurde het steeds weken voor er een antwoord kwam. Dat ging bij Lefevere veel sneller.’’
Lefevere ziet Steegmans als een man die in het voorjaar opvallende dingen kan laten zien in de semiklassiekers, of in grote wedstrijden op momenten dat Boonen niet in de spits zit. ,,Als Tom voelt dat hij niet goed is, kan ik mijn kans gaan.’’
In de Tour gaat Steegmans de sprint weer aantrekken, deze keer niet voor McEwen maar voor Boonen dus. ,,Ik wil de beelden nog wel eens zien die vanuit de helikopter zijn gemaakt van één van de Tourritten, toen ik voor Robbie bezig was. Het schijnt dat ik als een raket naar voren kwam. Ik zou zelf ook wel eens kunnen winnen, maar Tom heeft al veel bewezen. Daarom rijd ik voor hem. Misschien ben ik te nederig om zelf kopman te zijn, en ik heb geen dikke nek.’’
Met Boonen zal Steegmans dit seizoen vaak trainen in zijn nieuwe woonplaats Monaco. ,,Mijn opleiding is boekhouder/fiscalist, dus ik ga zeker voor de belasting naar Monaco. Maar ook voor het weer en de goede trainingsparkoersen.’’ Leon van Bon heeft al laten weten dat hij het wel ziet zitten, eens komen trainen in Monaco. Er wordt op hem gerekend, de gastenkamer is klaar.
Uit WielerMagazine voorjaar 2007
![]()