Pollentier had één spijtige dag

Het is vaste prik. Ieder jaar op 13 februari bellen Mette en Tjelle elkaar ‘s ochtends. Ze doen wie het eerst is. Mette wint meestal, zo rond een een uur of zes. Mette is van 1951, Tjelle van een jaartje later, en samen reden ze nogal wat koersen. Met wijlen Marc DeMeijer vormden ze een gevreesd drietal. Mette is Freddy Maertens , Tjelle Michel Pollentier.

Mette en Tjelle zijn de bijnamen die de twee kampioenen van weleer elkaar hebben gegeven. Niet alleen zijn ze op dezelfde datum geboren, ze komen ook uit dezelfde streek; West-Vlaanderen. Mette is van Lombardsijde , Tjelle van Keiem . Van jongs af aan komen de twee elkaar tegen in de wedstrijden. ,, Freddy Maertens won bij de jeugd zijn eerste koers, en weet je wie er toen tweede was? Ik'', zegt Michel Pollentier.

Pollentier, prof tussen 1974 en 1984, eerst vijf jaar bij ploegen met Flandria als hoofdsponsor, daarna twee jaar bij Splendor , een seizoen Vermeer Thijs en drie jaar Safir . Op het netvlies van iedere wielervolger uit die jaren staat de manier waarop Pollentier zijn fiets martelde. Nee, de prijs voor de stijlvolste heeft hij nooit gewonnen. Andere prijzen wel.

Eén in de Ronde van Italië en Zwitserland in 1977. Belgisch kampioen in 1977 en 1978. Eén in de Dauphiné Libéré in 1978. Ronde van Vlaanderen 1980 gewonnen. Touretappes in 1974, 1975 en 1976, en naar eigen zeggen ook in 1978, maar daarover later meer.

Willy Lustenhouwer, bij leven in Westvlaanderen bekend als liedjeszanger, maakte eens een plaatje over Freddy Maertens . Op de achterkant stond een ander liedje.

,, Wij zijn allemaal fier, met Pollentierke , met Pollentierke ,

We beleven veel plezier, aan Micheltje Pollentier.''

‘ Micheltje ' Pollentier op de B-kant, als knecht van Mette , zeg maar. Tjelle zelf heeft er geen probleem mee. Met DeMeijer er ook nog bij, konden Tjelle en Mette in hun gezamenlijke jaren in de Flandria-ploeg , wedstrijden volledig naar hun hand zetten. ,, En Freddy maakte het af hé. Hij won vijftig koersen op een jaar. Tegenwoordig stárten ze maar in vijftig koersen'', zegt Pollentier, breeduit gezeten op de bank, met zicht op de televisie. Er zijn beelden van de tumultueuze spurt tussen Paolo Bettini en een vallende Baden Cooke , in de Giro.

Michel Pollentier volgt de Giro op de voet. Geen wonder. In zijn allerbeste seizoen, 1977, won hij hem zelf. Daar was al heel wat aan vooraf gegaan. Het hele klassieke voorseizoen, eindigend bij Luik-Bastenaken-Luik op een zondag. De dinsdag erna begon de Ronde van Spanje. Waarna alweer snel de Giro stond te wachten, die zowat naadloos overging in de Ronde van Zwitserland. Pollentier reed alles. ,, Als je het niet kunt, ga je het niet doen, maar ik koerste graag. Het gaf niet.''

Niet alleen in Italië won Pollentier, in Zwitserland lukte hem dat nog eens, in 1977. ,, Daar won ik zelfs een massaspurt. Als je goed bent, kun je alles. Ondertussen was mijn vrouw Suzan in de Giro bevallen van onze tweede zoon Frederick . Daarvoor naar huis gaan, daar was geen sprake van. Bevallen kon de vrouw zelf.''

Het zou ook wat geweest zijn, naar huis gaan. Pollentier was bezig de Giro te winnen, nadat Freddy Maertens , de absolute kopman in de Flandria-Velda-Latina-gelederen zwaar was gevallen en moest opgeven. Eerst wilde de hele ploeg na deze tegenslag de Giro verder laten schieten, maar gelukkig voor Pollentier drongen vertegenwoordigers van de Italiaanse co-sponsor Latina aan op doorgaan. In het rose kwam hij aan in Milaan, zonder grote problemen. ,, Ploegleider Lomme Driessens kwam op mijn kamer en zei: ‘Jij gaat de Giro winnen.' Lomme kon heel goed motiveren.''

En o ja, na de Giro won hij niet alleen nog de Ronde van Zwitserland, maar ook het Belgisch Kampioenschap 197, net als het BK 1978 trouwens. In 1977 werd Pollentier Belgisch sportman van het jaar. Een bijbehorende oorkonde is de enige trofee die doet denken aan het rijke wielerverleden van de baas in huis.

Dan is er op dit vlak meer te zien in de garage die Polentier bestiert in Nieuwpoort aan de Vlaamse kust, achter zijn woning. Daar hangen foto's van Pollentiers koersverleden, die soms het zaken doen wat vergemakkelijken. Er hangt ook een poster van wielervereniging De Lombarden, waar Pollentier voorzitter en ploegleider van is. Vandaag is hij net terug uit de Tour du Haut Var. Jonas Decouttere van de Lombarden pakte er nog een etappe. Ongevraagd spelt Pollentier even de naam van zijn pupil voor je uit, zoals hij ook de namen van zijn kinderen graag correct vermeld ziet. Dimitri , Frederick , Björn en Birgit . Frederick werkt bij T-Mobile als kinesist en zit met Vinokourov op Tenerife als voorbereiding op de Tour. Pollentier en zijn familie hebben de zaken op orde. Zijn garage en woning liggen er spic en span bij. Jongste dochter Birgit komt binnen na een looptraining. Ze ziet een meegebracht boekje op tafel liggen. Het heeft een rode omslag en het formaat van een stripboek.

,, Is dat Suske en Wiske '', vraagt dochter Pollentier? Hilariteit. Nee, het is niet Suske en Wiske , het is een verslag in boekvorm van wielerjaar 1977, geschreven door de Vlaamse journalisten Jan Cornand en André Blancke . Het heet ‘Het sprookje van Michel Pollentier.'

Zó dominant was Pollentier in 1977, dat de samenvatting van het jaar aan zijn prestaties is opgehangen. En nu vraagt zijn dochter of het boek gaat over de Sus en de Wis.

Pollentier als stripfiguur, het is een beeld dat in het verleden ook al eens werd opgeroepen, in 1978. Tijdens de Tour. Op Alpe D' Huez . De Peer.

In het begin van het gesprek heeft Pollentier al aangehaald dat elke topsporter in zijn carrière wel iets heeft waardoor hij altijd herinnerd zal worden. Zo heeft Hennie Kuiper bij voorbeeld zijn moment van pech en de daarop volgende overwinning in Parijs-Roubaix . Welk moment heeft Pollentier? ,, Bij mij zal dat de Ronde van Italië zijn waarschijnlijk'', zei hij zelf. Pas een uur later komt het gesprek op dat andere onderwerp, de peer van Pollentier die bij het grote publiek in de herinnering is blijven hangen.

Het verhaal van de peer speelt in de Tour van 1978. Pollentier gaat er vandoor in de etappe naar Alpe d' Huez , op de vreselijk vervelende en steile Col de Luitel. Het zal later de rit blijken te zijn waarin Eddy Merckx voorgoed door het ijs zakt, maar daar heeft Pollentier geen weet van. Hij rijdt als een duivel naar Alpe d' Huez , houdt zijn voorsprong in die laatste klim vast en pakt de etappe en de gele trui. Feest in West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen. Limburg, Wallonië, feest in België. Tot een paar uur later. Dan wordt bekend dat Pollentier heeft geprobeerd te frauderen bij de dopingcontrole. Hij is betrapt met een ingenieus stelsel van rubberen slangetjes en een reservoir onder zijn koersplunje, waarmee hij bij het plassen urine van een ander kan inleveren. Het apparaat is ‘de peer' gaan heten. Er zijn sinds 1978 ongeveer 1.845.724 grappen over gemaakt. De peer van Pollentier heeft geschiedenis geschreven. Pollentier raakte zijn gele trui kwijt, moest een boete betalen en verliet de Tour. Hennie Kuiper, tweede in de rit naar Alpe d' Huez , werd tot winnaar uitgeroepen, Joop kreeg het geel.

Het gesprek móet ook hierover gaan. Maar hoe begin je over zoiets pijnlijks? Alleen de plaatsnaam Alpe d' Huez noemen blijkt voldoende. Pollentier weet meteen waar het over gaat, veert op en zegt zonder twijfel: ,, Daar heb ik gewonnen!'' In zijn garage hangt ook het vaantje van de etappewinst. Geen sprake van dat Pollentier het ooit aan Hennie Kuiper zal geven. ,, Ik heb het verdiend.''

Pollentier was niet de enige die in de Tour van 1978 probeerde met een peer de controles te omzeilen. Toursponsor Guy Merlin verklaarde in het openbaar dat zeker twintig andere renners dezelfde truc ook hebben uitgehaald. En zelf had Pollentier ook wat rondgekeken in het peloton. Hij noemt geen namen en rugnummers, maar geeft wel aan dat ook andere renners getruceerd waren. ,, Dus ik dacht, als ik er niet aan meedoe en dáárdoor verlies, ben ik een ezel. Iedereen weet dat ik niet de enige was, maar ik ben zelf in de fout gegaan, ik heb zelf de verantwoordelijkheid genomen. Jammer dat ik toen Lomme Driessens niet als ploegleider had. Met hém zou ik die Tour hebben gewonnen. Als ik er met hem over gepraat had zou hij gezegd hebben, jij hebt dat niet nodig. Jij wint toch wel. Het zou mooi geweest, ook nog de Tour op mijn erelijst. Nu loopt die ene dag op Alpe d' Huez als een rode draad door mijn carrière. Eén spijtige dag.''

Uit Wieler Revue juli 2005