Jan Krekels ‘was de beste’ in Mexico
Eerst moet Jan Krekels vertellen wat hem gisteren nou weer is overkomen, daarna gaan we over wielrennen praten. Krekels leunt voorover en tempert zijn stem. Een hulp was aan het zagen in de hoge boom in Krekels’ tuin in Sittard. Er gebeurde iets onhandigs. De man raakte bekneld en stikte zowat. Krekels moest de ladder op om hem te redden. ,,Ik dacht: niet naar beneden kijken.’’ Het liep goed af. ,,Hij leeft nog.’’
Hij leeft nog. Jan Krekels zelf ook, net als de drie anderen uit het rijtje van 1968. Met zijn vieren vormden ze de honderd kilometerploeg op de Olympische Spelen in Mexico. René Pijnen, Fedor den Hertog, Joop Zoetemelk en Jan Krekels. En wie van de vier was die dag de beste? ,,Het is rot dat ik het moet zeggen, maar dat was ik’’, zegt Krekels. Hij draait de film nog eens af. ,,Je staat aan de meet, het is nog één minuut, je kijkt die lange rechte weg af… We zouden hard vertrekken en zo lang mogelijk op kop blijven rijden. Pas als we voelden dat het niet meer ging zouden we van kop af komen. Joop Middelink, de coach, reed achter ons in een pick up, met een megafoon. Driekwart van de wedstrijd heeft hij niks gezegd. Fedor was niet zo sterk. Ik heb hem nog moeten duwen. Op ongeveer driekwart reed Fedor lek. We twijfelden even, wachten of doorrijden. We zijn doorgereden, ook al omdat Fedor niet goed was. Middelink was psychologisch sterk. Hij riep: ‘Rijden! Jullie kunnen brons halen!’ We zijn toen pas echt gaan fietsen.’’ Ze wonnen goud met zijn vieren.
Na de koers was er het vertier. De mannen gingen Mexico bekijken. Joop niet. ,,Dat was wel zo’n droge erpel. Die zei de hele dag niks.’’ Nee, het stappen was meer iets voor René Pijnen en Jan Krekels, en het ging goed. ,,Er waren veel meisjes.’’ Fedor kreeg daar lucht van en ging voortaan ook graag mee. Joop deelde toch nog één keer in de vreugde van het buiten-sportieve Olympische bestaan. ,,Hij is geloof ik snel weer weg gegaan.’’ Krekels en de anderen bleven nog even. Ze kregen verkering. Krekels met Margarita - een Spaanse - Fedor met haar zus. In 2004 knipoogt Krekels als hij het verhaal vertelt. Zijn vrouw Suzan is in de buurt, maar weet ervan. In 2004 pakt Krekels ook zijn portemonnaie. Er zit een pasfotootje in uit 1968. Margarita! Beeldschoon! Krekels dochter Kirby komt er even bij en kijkt vertederd naar het portretje. Hoe ze dat vindt, dat haar vader met een foto van een oude Olympische vriendin rondloopt? ,,Wel leuk. Ze lijkt op de mam.’’
Met de Olympische titel op zak werd Krekels beroepsrenner. Het werd geen superloopbaan. De Limburger reed voor ploegen als Caballero, Goudsmit Hoff, Jet Star Jeans en De Onderneming. ,,Ik had naar het buitenland moeten gaan, naar Frankrijk, dan was het beter gelopen.’’ Er was nog iets. ,,Bij Caballero moest ik van ploegleider Gé Peters naar Parijs-Nice terwijl ik veertig graden koorts had. En in Parijs-Nice lag sneeuw. Ik heb daar iets opgelopen waar ik mijn hele carrière last van heb gehad.’’
En er was nóg iets. ,,Je hebt van die gasten, die doen bij de ploegleider het gras af. Ik niet. Ik was ook best eigenwijs in de koers, ik wilde mijn eigen patroon volgen. Als ze bij voorbeeld tegen me zeiden dat ik iemand uit de wind moest houden, deed ik de vinger omhoog. Als je coureur bent moet je er voor jezelf uithalen wat erin zit, zo ben ik gebakken. Ik zou ook niet passen in een ploeg van nu. Als je ziet hoeveel Knaven op kop moet rijden voor Boonen, daar krijgt hij misschien later spijt van.’’
Zo komt het gesprek als vanzelf op de voorbije Tour de France. Krekels is niet al te best te spreken over de Rabo-renners. ,,Ze zeggen de hele tijd dat ze erbij zitten, maar erbij zitten zegt me niks.’’ Dan deed Krekels zelf het ook een tikkeltje beter, in de negentiende etappe, naar Versailles, in de Tour van 1971. De rappe ‘Krekel’ won. Hij legde ze er allemaal op; Jean-Pierre Danguillaume, Cyril Guimard, Joaquim Agostinho, alle snelle en sterke mannen uit die tijd. ,,Een dag eerder was ik tweede, in Poitiers. Ik was toen ook met een kopgroep weg en had moeten winnen, maar ik liet me verrassen. Ik reed op het laatst van die Tour heel goed. Ik maakte de slag zelf of ik zat er bij. Die Lotz zat er dit jaar ook wel een paar keer bij, maar hij maakt het niet af’’, zegt Krekels met een tikkeltje venijn. Zijn vrouw hoort het aan en probeert iets recht te zetten. Haar demarrage: ,,Dat hoef je toch niet te vertellen Jan.’’ De remonte van Krekels: ,,Laat Lotz me maar bellen als hij het er niet mee eens is.’’
Van de terughoudendheid die nog een beetje doorklonk in het eerste telefonisch contact met de renner van toen, is inmiddels niks meer te merken. Krekels aarzelde aanvankelijk een beetje, hij heeft ook nog zijn gewone werk in zijn eigen cv-installatiebedrijf, hoe lang zou zo’n gesprek voor Wieler Revue gaan duren? Die aarzeling is volledig weg. Het hielp ook dat fotograaf Henk Theuns tamelijk statig door een tuinstoel zakte. Krekels lachte zich rot en raapte Theuns rap weer op. Op verzoek van Theuns komen daarna de plakboeken en de bijbehorende sterke verhalen ter tafel. ,,Jan Sprenkeling, die kon zuipen hé? En Henk Haan, Haantje, ken je die nog?’’
Krekels belandt in vroeger sferen en heeft daar geen hekel aan. Hij is toch al iets meer met zijn koersverleden bezig de laatste tijd. Als ‘ambassadeur van het olympisch gebeuren’ vertelt hij in de aanloop naar ‘Athene’ op basisscholen over zijn avonturen in Mexico. ,,Ik zou toch eens iets vaker bij dat koersen van vroeger stil moeten staan. Het was een mooie periode.’’
Er komen foto’s voorbij met illustere namen erop. Een eindsprint in Ulestraten tussen Ger Harings, Eef Dolman en Jan Krekels. Krekels won toen, en zegt nu: ,,Jij denkt dat die koers niet verkocht is he’?’’
,,Dit is de Acht van Chaam. Hier heb je Bart Solaro, die heeft mij geklopt in de Ronde van Zuid-Holland. Daar zat ik op een goeie lengte. De Acht van Chaam heb ik gewonnen, je weet wel wat dat toen was. Het Nederlands kampioenschap en de ‘Acht’ waren in die tijd de twee belangrijke wedstrijden.’’
Bij een foto met een verhitte renner in wie gemakkelijk de jonge Jan valt te herkennen, wordt de oude Jan nog steeds wat bozig. ,,Moet je luisteren, toen had ik gewonnen in het Wonder van Obbicht, maar mijn eigen Limburgse jury heeft Piet van Katwijk als winnaar gezet, want die had nog niks gewonnen dat jaar en hij reed voor Raleigh hé. De mensen hebben daarna de jurywagen bestormd.’’
Bij een broer van Piet, hunne Jan, was Krekels pas nog even op bezoek, in zijn wielerzaak. Hoe gaat dat dan? Krekels komt langs die winkel, ziet de naam Van Katwijk staan, loopt naar binnen, zegt niks, gaat zitten kijken. Van Katwijk had het druk en kreeg niet snel iets in de gaten. Totdat hij eens goed keek. ,,Verrek, Krekel ben jij dat?’’ Hij was het.
![]()