Vanderaerden was altijd goed

Het was de onzekerheid, legt Eric Vanderaerden uit. De onzekerheid bij Vanderaerden zelf, en ook bij zijn drie Belgische vluchtgenoten, zorgde ervoor dat in de finale van Parijs-Roubaix 1987 spraakmakende onderlinge debatten werden gevoerd door het viertal voorop, in het zicht van de camera. De volgende dag stond met grote letters in de krant: ‘Vanderaerden ontkent kopen Parijs-Roubaix.’ Of: ‘Vanderaerden kletsend over de meet.’ 

Eric Vanderaerden (44) zit op zijn gemak in een café van een hotel in zijn woonplaats Lummen. Hij heeft zojuist een paar bekenden hartelijk begroet en nu haalt hij zich moeiteloos de finale van die Parijs-Roubaix ’87 voor de geest. Op vier kilometer voor de meet kwam hij na een achtervolging van vijftien kilometer bij het drietal Rudy Dhaenens, diens Hitachi-ploeggenoot Jean-Philippe Vandenbrande en Patrick Versluys. In die achtervolging had hij in één ruk een gat dichtgereden van één minuut veertig, mannen als Edwig van Hooijdonk achterlatend alsof het niks was.

Eenmaal vooraan begon het spel. ,,Ik zag de vertwijfeling bij de anderen. Ze wisten dat ze de sprint van me zouden verliezen. Daar werden zij onzeker van. Ik was op mijn beurt niet zeker van mijn zaak omdat ik niet wist of Kelly of anderen nog zouden terugkomen.’’

Zo werd het een gepalaver van jewelste, waarbij de vier uiteindelijk overeen kwamen om dan in Godsnaam toch maar samen door te rijden. ,,Achteraf zeg ik; ik had erop en erover moeten gaan. Ik was er sterk genoeg voor.’’

Het is niet de enige keer dat Vanderaerden deze middag geen enkele moeite blijkt te hebben met het toegeven van gemaakte koersfouten. Zo was er die andere Parijs-Roubaix, in 1985. Vanderaerden barstte van de moraal. ,,Ik ben naar de kopgroep toe gereden en op negentig kilometer van de meet alleen doorgegaan. Ik was overmoedig. Ik heb het niet gehaald.’’

Het teveel aan zelfvertrouwen dat Vanderaerden deze dag toonde, was niet uit de lucht komen vallen. Een week eerder had hij de Ronde van Vlaanderen gewonnen op een indrukwekkende manier, in beestenweer. Van de 173 starters, kwamen er 24 aan. In die Ronde van Vlaanderen liet Phil Anderson, ploeggenoot van Vanderaerden bij Panasonic, het gat vallen voor Eric, op de Muur van Geraardsbergen. Drie dagen later, in Gent-Wevelgem, zou Vanderaerden als wederdienst proberen Anderson aan de zege te helpen. De Limburger trok de sprint aan voor de Australiër, voelde het peloton naderen, zag maar geen Anderson langszij komen en deed een paar trappen extra om zeker te zijn. ,,Ik won met banddikte.’’ Anderson twee.

Opnieuw laaiden er heftige gesprekken op onder de volgers. Flikte Vanderaerden zijn ploegmakker, of deed hij er verstandig aan geen risico te nemen en de zege binnen de ploeg te houden? De meningen waren weer eens verdeeld over Vanderaerden. En Vanderaerden zelf zegt in 2005: ,,Ik had gewoon volle bak moeten sprinten. Dan had ik met drie lengten verschil gewonnen en was er geen discussie geweest.’’

Geen discussie rondom Vanderaerden, geen rumoer, dat zou iets aparts geweest zijn. Vanderaerden bracht beweging, altijd al. Als junior had hij een supportersclub van honderden leden. Moest het manneke ergens een belangrijke wedstrijd rijden, dan ging er twee- driehonderd man mee. In die tijd vochten Vanderaerden en Nico Emonds uit Hasselt, ook Belgisch-Limburg, een verbeten duel uit om de gunst van de supporters en de titel grootste talent van België. Vanderaerden won.

Vanderaerden, extravert, goedlachs, dansende krulletjes, mooie zit, vaak goed voor een stunt. Was het niet op de fiets, dan wel ernaast. Zoals die ene keer, bij die weddenschap met Phil Anderson. Dat Vanderaerden niet vanaf de eerste verdieping van een hotel in het zwembad durfde te springen, daar ging het om. ,,Ik ben zonder te twijfelen zo naar beneden gedoken.’’

Zonder twijfelen reed Vanderaerden ook jarenlang op een crossmotor in de winter, tot ongenoegen van ploegleider Peter Post. Vanderaerden de onbezonnen losbol werd hij wel genoemd. De speelvogel, samen met Eddy Planckaert. Ze vormden een mooi span, die twee. Altijd lachen, altijd dollen, maar pas op. ,,Eddy en ik waren wel vakmensen. Wij wisten goed waar we mee bezig waren.’’

Voor een deel leerde Vanderaerden dat bij Peter Post. Van de veertien seizoenen die zijn carrière duurde, reed hij er zes bij het Panasonic van de Amstelvener. In die tijd haalde hij ook zijn mooiste resultaten. Vlaanderen, Roubaix, Parijs-Brussel, Kampioen van België, vier ritten in de Tour, groen in de Tour. Van Post leerde Vanderaerden enkele knepen van het vak. Wat te zeggen tegen de pers bij voorbeeld, en wat niet. Die lessen kwamen kennelijk goed over, en werkten voor Post als een boemerang, getuige een krantenkop uit 1989. ,,Ik blijf natuurlijk liever bij Post, maar niet voor het geld.’’

Vanderaerden speelde het spel met overgave. ,,In de topsport worden sommige onderhandelingen via de media gespeeld’’, zegt hij daar vandaag de dag over. ,,En ik was geen egotripper, maar ik deed wel altijd mijn eigen zin.’’

Wel werken voor het team waar het kan, maar tegelijkertijd zelf zo veel mogelijk winnen. ,,In de bergen reed ik voor Peter Winnen en Robert Millar. Dan ging ik bidons halen voor die mannen. Maar in de wedstrijden waar ik kopman was, droeg ik de verantwoordelijkheid. Als kopman moet je op de jongens inpraten, morele steun geven, zeggen dat je goed bent zodat ze gemotiveerd voor je kunnen werken. Ik zei áltijd dat ik goed was.’’

Na Panasonic stapte Vanderaerden over naar het Buckler van Jan Raas. Hij aardde er goed, maar het hoog tij was voorbij. ,,Ik heb voor Jan geen grote dingen meer kunnen winnen.’’

Na twee Italiaanse jaren bij Brescialat en een laatste seizoen bij Palmans, zat het fietsen erop.  ,,De eerste twee jaar daarna deed ik niks. Ik zorgde ervoor dat het eten klaar stond als mijn vrouw Patricia thuiskwam van haar werk. Later werd ik ‘medewerkend echtgenoot’. Patricia heeft twee zaken in Hasselt; sport- en vrijetijdskleding. Onze oudste dochter Melissa werkt bij haar, en onze andere dochter Tattiana gaat dat ook doen.’’

Tattianas tweelingbroer Michael staat tegenwoordig af en toe in de krant. Hij is wielrenner, een goede junior. Via zoon Michael is vader Eric weer bij het wielrennen betrokken geraakt. En via die nieuwe betrokkenheid is hij nu ploegleider geworden bij het Colba Cycling Team, een Belgische ploeg die ‘continentaal’ wil worden. Erics broer Geert rijdt er ook. Het is de bedoeling dat de oudere Vanderaerdens de jongere generatie wegwijs maken. ,,Soms moet je ze met de voeten op de grond zetten. Ik heb al vijftien man meegemaakt die niet naar ons wilden komen omdat ze prof wilden worden. Goed, dan worden ze maar prof. Het is de bedoeling dat ze iets van mij leren, maar dat krijg je ze niet wijsgemaakt. Geld is voor die mannen het belangrijkst.’’

Vanderaerden zegt het, maar maakt niet de indruk dat hij er moeite mee heeft. Waar heeft hij eigenlijk wél moeite mee? Ja, zijn geruchtmakend ontslag bij Jan Raas destijds, daar praat hij niet over. Kennelijk wegens wangedrag kwam hij op straat te staan, maar wat er is gebeurd? Je mag het Vanderaerden gerust vragen, hij wordt er niet kwaad om, hij geeft alleen geen antwoord. En ook dat weer lachend.

Uit Wielerrevue december 2005-12-20